Na enig denkwerk en overleg hadden Sandra (41) en Tino de Koning (bijna 46) uit Oostelbeers nog relatief snel de knoop doorgehakt: zij gaan per 2 april de exploitatie van De Kerk Oostelbeers verzorgen. Het koppel heeft er zin in en wil de levendigheid met name in Café Andreas graag terugbrengen. Voorlopig krijgen ze voor de zaal nog ondersteuning van de huidige uitbaters Erik Haenen en Marrick Verhoeven. Met die ‘gefaseerde overname’ krijgen Tino en Sandra de kans om er op een goede manier in te groeien.
door Rens van Ginneken
“We hebben al eerder over een horecaonderneming nagedacht”, onthult Sandra. “Eigenlijk al voor Mark van Loon in het toenmalige Dorpsplein kwam en later was het wokpaleis, het voormalige Juliana, nog bij ons in beeld om er wat mee te gaan doen. Maar toen waren de kinderen nog te klein en hebben we er toch maar van afgezien. Eigenlijk begon het bij ons te kriebelen toen vorig jaar in mei bekend werd dat Erik en Marrick wilden stoppen. We zagen wel kansen, maar we zagen er ook tegenop om tegen een heel lijstje aan andere gegadigden op te moeten boksen. Vervolgens zijn we op 6 januari van dit jaar naar de informatieavond hier geweest, nadat we door de stichting hiervoor werden benaderd. Op 7 januari zeiden we: we gaan bellen!”
Afspraken met de stichting
Tino: “Toen lagen er nog wel issues. Erik en Marrick gaan niet voor niets stoppen natuurlijk. Feit is dat als je op dezelfde voet doorgaat, je in hetzelfde problematische scenario belandt als de mannen van Ambacht BV. Wij moeten ook huur betalen en we moeten er vaak zijn voor de verenigingen, daarvoor is De Kerk ook bedoeld. We hebben dus met de stichting gesproken over het gebruik door de verenigingen, zij gebruiken onze faciliteiten, dus vinden we dat de stichting als eigenaar daarin wat tegemoet kan komen. Ook om te voorkomen dat we in de problemen raken. Dat is voor ons niet goed, maar voor het dorp ook niet natuurlijk.”
Hulp bij de zaal
Het nieuwbakken horecakoppel heeft ontegenzeglijk nauwe banden met Oostelbeers. Tino groeide er op aan de Langereijt en Sandra kwam vijftien jaar geleden vanuit Hooge Mierde naar de Beerzen. Samen met hun gezin wonen ze nu in Tino’s ouderlijk huis. Tino licht toe: “We merkten dat het hier met name met het café wat inzakte de laatste jaren. Dat vonden we zonde, want een dorp zonder café, dat is maar karig natuurlijk. Een ander dingetje was de zaal, hoe ga je dat aanpakken, dat is toch weer een ander verhaal dan een café. Terwijl je de inkomsten van de zaal wel nodig hebt om het allemaal dekkend te krijgen. Dat is best spannend, maar we worden nu echt heel goed aan de hand genomen door Erik en Marrick en om dat ook onder de knie te krijgen, zodat we dat mooi geleidelijk erbij kunnen gaan doen. Daar zijn we erg dankbaar voor. Verder willen we hier het dorpscafé terugbrengen naar een leuk niveau, waar je ook een gezellig terras vindt en een frietje kunt krijgen. De mogelijkheid om hier met een chefkok te draaien is er eigenlijk niet, dus we willen de keuken eenvoudig en toegankelijk houden voor met name gezinnen. We willen echt actief aan klantenbinding doen, zodat het hier weer een gezellig, gemoedelijk en ‘dorpsige’ uitstraling krijgt.”
De nodige horeca ervaring
Helemaal onbeslagen komen Sandra en Tino niet ten ijs trouwens. “Ik heb bijvoorbeeld bij de Belvertshoeve in Oisterwijk gewerkt en vanaf mijn 12, 13 jaar had ik altijd baantjes in cafetaria’s, hotels en restaurants. Ik had echter nooit zo de ambitie om een eigen horecazaak te runnen, Tino wel. Maar we kennen elkaar en weten welke kant we op willen, dus dat komt goed. Ook onze vier kinderen van 15, 12, 10 en 8 zien het helemaal zitten. Ze vinden het leuk, stoer en interessant wat we gaan doen. Ze zijn bepaald niet verwend en zijn thuis ook gewend om klusjes te doen, dus het is zomaar mogelijk dat je ze hier straks ook weleens aan het werk kunt zien”, aldus Sandra.
Samen oplossen
“We zitten natuurlijk middenin het dorp”, zo beseft Tino. “En een café en een zaal dat geeft levendigheid, maar ook soms drukte in de straat. Wij kunnen echter ook niet altijd alles voorzien. Ervaar je overlast, of loop je ergens anders tegenaan, dan spreek ons er gerust op aan, zodat we het samen kunnen oplossen. Ook voor ons is een goede band met de buurt essentieel. En verder hebben we er heel veel zin in! We krijgen nu al veel goede en enthousiaste reacties uit het dorp, dat draagt ons. Maar het belangrijkste voor het behoud van deze mooie zaak is natuurlijk: de mensen. Dus kom ook gezellig, zodat we De Kerk nog lang levendig houden”, zo besluit de Oostelbeerzenaar.