Het irritante van simpele tegeltjeswijsheden is dat ze altijd waar zijn. Als er een grote boom omvalt, is er een groot gat. Er is verdriet, omdat er liefde was. Als je iemand hebt met wie je lacht en met wie je grient, dan kun je zeggen: ik heb een vriend. De dood kent geen lieve mensen…

Ik heb een colbertje aangetrokken. Ik ben niet zo van de jasjes. In een binnenzak vind ik een half pakje papieren zakdoekjes en wat herdenkingskaartjes. Mijn peettante, de vader van een vriend, mijn legendarische ome Kees. Het zegt iets over de frequentie en toepassing van het gebruik van het jasje, dat ik ooit kocht in een kleermakerswinkeltje in Rome. In de bomvolle basiliek voelen we bijna fysiek de golven van warmte en liefde onder de kerkbogen en de behoefte om elkaar vast te houden. Er is een Grote heengegaan, hij was nog maar 70. ‘Jammer’ is een kolossaal understatement voor het gevoel daarbij.

Ik was net vanuit Breda naar Westelbeers verhuisd. Terwijl ik met schildergerei bezig was, hoorde ik achter me plots een wat raspende stem, met een onmiskenbare Vlaamse tongval: ‘Zo, komen jullie in onze buurt wonen?’ Ik keek om en daar stond een man met een verwaaide haardos en nogal kromme benen. Er werd nog weleens gelachen om zijn verschijning en stem, maar dat deed absoluut geen recht aan de warme, betrokken, sociale en zeer intelligente kerel die ik gaandeweg leerde kennen. Raf was de eerste die bij ons binnenkwam. Het was mei 1995, het begin van een bijzondere vriendschap. Je woonde een klein stukje verderop, tegen het Keijenhurkven en het bos: het mooiste plekje in de Beerzen. Toen ik later ook bij jou binnenkwam merkte ik al snel dat het hele gezin warm én behoorlijk intelligent was. Het IQ-totaal van het gezin van vijf bedroeg minimaal 780 en dan tel ik de slimme herdershond nog niet mee. Dat jij begin jaren ’80 als een blok voor jouw mooie Rieneke was gevallen begreep ik direct.

Haar ogen, oceanen van mededogen.

Ik schreef nog eens wat hoofdstukken voor een boek van je. Een boek waarin jouw sociale inborst zijn weerklank vond in burgerinitiatieven, waarbij er van onder af werd geïnvesteerd in het meest waardevolle: de mensen. Eindeloze energie om mensen op te voeden. Verschillende artikelen schreef ik over je, waarin je aardig kritisch, maar altijd positief en goedgemutst je licht liet schijnen op wat er niet goed ging in onze wereld. Na een interview met jou stapte ik steevast naar buiten met 27 kantjes aantekeningen en een lichte paniek: hoe moest ik hier een samenhangend artikel van brouwen? Dan las ik de aantekeningen nog een paar keer door en warempel: ik ontdekte waar je heen wilde.

Je stond me bij in moeilijke periodes en ik kwam naar de Keijenhurksedreef als je mij nodig had. In 2019 werd je het slachtoffer van een vermeende integriteitskwestie. Totaal onterecht en onnodig werd je politieke hoofd op het hakblok gelegd, in een periode dat je net weer wat opknapte van zware behandelingen tegen je kanker. Ik kan nog steeds niet anders dan concluderen dat je toen genaaid werd. Knap, hoe je direct weer de draad oppakte en niet in rancune bleef hangen. Je bleef een Strijder, voor je gezondheid, voor je naasten, voor je partij stond je gewoon weer affiches te plakken als het even kon. En met een onbegrijpelijke oerkracht en ontembare geestdrift stortte je je op het creatief bewerken van knoestige boomstronken, die maar moeilijk meegaven. Je kan het ook als metafoor voor jouw leven zien. Je schreef opiniestukken aan de lopende band en ook die sneden hout.

In periodes dat we elkaar minder zagen, was er regelmatig telefoon- en appcontact. Ik wenste je vorig jaar zomer: ‘Veel sterkte met je kuur!’ Jij schreef terug: ‘Ik heb nog kuren zat!’ Ik moest in de basiliek grinniken om wat je vriend Jeroen Dijsselbloem vertelde over de enorme hoeveelheid opiniestukken die Raf hem stuurde en die hij maar af en toe kon lezen. Dat herkende ik. Of een appje als hij te lang naar Rafs zin onbereikbaar was: ‘Hé leef je nog!?’ Dat herkende ik ook.

Ik heb er nu spijt van dat ik je de laatste tijd niet wat vaker heb bezocht, want ik miste je. Positief kun je dat ook uitleggen als een teken van een diepgevoelde vriendschap natuurlijk. Het is onwezenlijk: niemand kon meer áánwezig zijn dan jij, dus onvermijdelijk kan er niemand meer áfwezig zijn dan jij. Ik vermoed dat je nog heel vaak gemist zal worden, die net iets te harde onhandige knijp in onze schouders, die echte lach als we je onverwacht tegenkwamen.

Hé leef je nog? Ja, jij wel Raf. Als ik zo rond kijk in de basiliek, dan leef jij nog héél lang in ons allemaal.