Soms moet je je mening bijstellen. Mijn allereerste gang naar de stembus leidde naar een rood cirkeltje voor de Pacifistisch Socialistische Partij. Ik geloofde niet in oorlog. Met mijn maat Dave had ik er weleens discussies over in 1981. Dave ging het leger in, ging verschillende keren op missie naar Irak en schopte het uiteindelijk tot majoor. Met de wereld van nu denk ik: pacifisme is een mooi streven, maar het is toch bijzonder verstandig om een goed voorbereide krijgsmacht te hebben als de poep de ventilator raakt.

Een vergelijkbare verschuiving onderging ik ten aanzien van de jacht. Waar ik het heel vroeger vooral verwerpelijk vond – mede bepaald door vooroordelen waarschijnlijk – denk ik nu dat het in ons overbevolkte polderparadijs vaak nogal noodzakelijk is om bepaalde populaties dieren op een gezond peil te houden. Soorten die geen natuurlijke vijanden hebben, of die overlast geven of een gevaar voor de omgeving worden. Zolang alles binnen de regels, veilig en humaan gebeurt, hebben de beëdigde jagers echt mijn zegen.

Maar ik merkte dat sommige mensen veronderstelden dat ik nog altijd tegen de jacht zou zijn. Het leidde in 2023 nog tot een contact met een gepassioneerde Oirschotse jager en zelfs een fors artikel in dit weekblad waarin de jager uitgebreid tekst en uitleg gaf, bij zijn bezigheden in het veld en waarbij de liefde voor de natuur overduidelijk voorop stond. Ik heb nog steeds een warm en zeer gewaardeerd contact met hem.

Toch is een oud imago hardnekkig. Een andere jager – uit de Beerzen - reageert ook weleens op mijn stukjes, of op mijn berichtjes op Facebook. Ook een door mij gewaardeerde kerel en over nut & noodzaak van het jagersgilde zouden we waarschijnlijk best tot een vergelijk kunnen komen, maar over één ding zullen we het mogelijk nooit eens worden: Prins Bernhard. Ik plaatste een herinnering op mijn tijdlijn; een carnavalsfoto van 2013, toen we met onze buurt een soort alternatieve Prins Carnavalparade opvoerden. Er was een Prince Fourré, een Winkler Prins en ik was Prins Bernhard, compleet met baard, baret en pijp. Boven de foto had ik geschreven: “Dass war ja wunderbar. Schade aber dass ich diese Panda habe abknallen müssen.” Het was een stukje satire, geleend van Jiskefet, over ‘een anoniem lid van Koninklijk Huis’.

De jager uit de Beerzen schreef in zijn commentaar onder de foto: ‘Linkse humor blijft een dingetje’ en daaronder nog in het Duits, met een knipoog: ‘Als medeoprichter van het Wereld Natuur Fonds beschermde hij panda’s in plaats van ze te doden’. Natuurlijk kon ik de discussie aangaan over de satire van het ‘abknallen’ van de panda, met zo’n hoog knuffelgehalte, dat het zelfs voor Bernhard een brug te ver zou zijn, maar ik vermoedde dat het niets zou afdoen aan de adoratie van de jager, voor collega-jager Bernhard.

Ik heb me er wel vaker over verbaasd, dat Bernhard-met-zijn-witte-anjer bij flinke delen van het volk nog behoorlijk geliefd is. Bernhard met zijn SS-verleden dat hij zo lang mogelijk ontkende, met zijn omkoopschandalen en zijn playboy lifestyle, bekostigd door de Nederlandse belastingbetalers. Kort voor de Tweede Wereldoorlog, in aanloop naar de trouwerij met Juliana, stapte hij snel uit de nazibeweging. Terwijl zijn gezin in de oorlogsjaren in Canada verbleef, had Bernhard zogenaamd een leidende rol in het Nederlandse verzet, vanuit Londen. Volgens de uitgebreide documentatie leidde hij er vier jaar een bijzonder vrolijk leven, met stevige feesten en een hele trits aan maîtresses. De Engelse koning verzuchtte later:

“Ik ken niemand die zo van de oorlog heeft genoten als Prins Bernhard…”

In de jaren zestig kwam er steeds meer rumoer over de jachtpartijen van Bernhard in Oost-Afrika, waar hij trots poseerde naast vele door hem geschoten wilde dieren. In de Italiaanse Alpen maakte hij het tijdens een jachtpartij met rijke vrienden heel erg bont blijkbaar. Een ooggetuige vertelde: “Ze schoten er zo fanatiek op los, dat het bloed van de berghellingen gutste…”

Bernhard toonde zich meer dan eens een handige opportunist, die slinks de publieke opinie manipuleerde. Na zijn feestjaren in Londen zorgde hij ervoor om bij de Geallieerde Bevrijdingsintochten in verschillende Nederlandse plaatsen altijd voorop te rijden in een Jeep en gekleed in militair tenue. Zo creëerde hij zelf het imago van de dappere ‘verzetsprins’. Toen zijn bloedige jachtcapriolen steeds breder werden uitgemeten in de pers, haastte hij zich om zich bij het Wereld Natuur Fonds te voegen en beschermde hij ineens de wilde dieren, die hij kort daarvoor nog zonder pardon omlegde.

Kortom: ik waardeer onze jagers zeer, zolang ze maar alsjeblieft geen voorbeeld zien in Prins-Geen-Kwaad. Smalend om hem mogen lachen is wel het minste wat ons is gegund. Daar hoef je niet eens links voor te zijn.