Volgens de volksprofeten is een hert een gewei dragende grazer. Maar dat klopt niet helemaal. In bijna alle gevallen is een Oirschots hert toch echt een ree. Niet veel groter dan een forse herdershond terwijl een hert het formaat van een pony heeft. Ook krijgen alleen de bokken elk jaar een bescheiden uitgroei van een klein gewei. Op dit moment, half december, is daar echter niets van te zien. Rond oktober worden beide stangen afgeworpen en pas in januari begint het nieuwe gewei weer te groeien.

Toch had ook Oirschot nog geen honderd jaar geleden twee soorten herten. Edelherten zwierven van oost naar west door het gebied wat we nu Van Gogh Nationaal Park noemen. Helaas sneuvelden de laatste edelherten als nobel wild onder de moorddadige kogels van de heren jagers. Gelukkig gloort er weer wat hoop. In 2017 werden de dertien herten uitgezet in de Scheeken en inmiddels hebben zij en hun nakomelingen de beschikking over 350 hectare Brabantse natuur. Wanneer en of zij binnenkort ook in de Mortelen rond stappen blijft de vraag maar de populatie groeit gestaag. Dam- en sikaherten zijn er ook maar dat zijn gehouden huisdieren die bij ons niet in het wild voorkomen.

Terug naar het ree. De beste tijd om ze te zien is in de winter omdat ze dan hun territoria verlaten en kleine groepen vormen. Tegelijkertijd verandert ook hun kleur van roodbruin naar grijsbruin en dat maakt ze minder opvallend. Maar omdat hun natuurlijke predator, de wolf, zich nog niet gevestigd heeft in ons gebied zijn ze ook in het open veld waar te nemen. Liefst zo ver mogelijk van paden en wegen om maar zoveel mogelijk rust te vinden. Grazen doen ze niet, reeën zijn knabbelaars die alleen het best verteerbare voedsel afknippen en naar binnen werken voor een eerste rondje spijs verteren. Als hun pens vol raakt zullen ze dekking zoeken om de inmiddels groene prut nog eens lekker op te rispen en stevig door te kauwen. Pas na deze actie mag het voedsel zijn weg vervolgen richting darm en uitgang. Naast voedsel zoeken hebben reegeiten inmiddels ook wat anders te doen. December is de tijd waarop hun embryo’s na een aantal maanden weer beginnen te groeien. Na de bevruchting in juli of augustus is er slechts een klein cel klompje uitgegroeid en vervolgens in rust gegaan. Doel van dit alles is er voor te zorgen dat de kalfjes eind mei geboren worden. Juist op het moment dat gras en jong blad in overvloed te vinden is en de geit voldoende melk kan aanmaken.

Zodra de dagen langer worden vallen de groepjes weer uit elkaar en zal iedereen weer zijn of haar eigen territorium gaan opzoeken. De bokken dulden geen andere heren in de buurt en hun leefgebied overlapt vaak met de territoria van de reegeiten. Dames zijn wat aardiger. Hoewel ze wel een eigen leefgebied hebben met een vaste slaapplaats, routes en voedselgebieden verdedigen ze deze niet. Kalveren blijven het eerste jaar bij de geit maar zullen voordat de volgende generatie geboren wordt toch echt op eigen benen moeten staan. En dan kan er wel eens een probleem ontstaan. Jonge bokjes worden verjaagd door oudere bokken, gaan zwerven en kunnen zo in botsing komen met het steeds drukker wordende verkeer. Daarom wordt in Nederland de reeënstand kunstmatig laag gehouden.

Zo, na al die geschreven woorden wordt het tijd om er op uit te gaan om te genieten van onze Oirschotse hertjes.