Al enkele weken lijkt deze column op een… ja, op wat eigenlijk? Een protestlied tegen landschap verwoestende megalomane zonneparken? Een roepende stem in de woestijn zodra het gaat over vernietiging van de natuur? Een marktkoopman die groene subsidies aanprijst en promotie maakt voor ons nieuwe Van Gogh Nationale Landschap waar niemand warm voor loopt? Daarom deze keer maar weer gewoon met de bioloog van het Oirschots Weekjournaal op pad. Letterlijk op de knieën op zoek naar herfstig gezwam. Na enkele weken met flink wat regen zijn al die vreemde vruchten volop te vinden.
Omdat november alweer aan de deur klopt en de wintertijd begonnen is kleuren bossen en houtwallen inmiddels grijs van de nevelzwammen. Fors, dik, klein of zo groot als een half soepbord staan ze stil te pronken tussen het afgevallen blad. Zelf zijn ze er alleen voor verspreiding van sporen, onder de grond leeft hun uitgebreide netwerk van schimmeldraden. Vierentwintig uur per dag aan het werk met afval opruimen. Alles wat organisch en dood is verteren ze en laten alleen wat restproducten achter voor het kleine bodemleven. Of het gaat om blad, hout, mest of zelfs veren, zwammen weten er wel raad mee. Zonder deze noeste werkers zouden wij op een houten planeet rond klauteren. Uitwerpselen en dode dieren zijn ook door andere wezens op te ruimen maar voor hout en vezels zijn toch echt paddenstoelen nodig.
Maar de bijna laatste maand van het jaar heeft meer in de aanbieding. Berm en bos staan er vol mee. Boleten als eekhoorntjesbrood, bont gekleurde maar oneetbare russula’s , vliegenzwammen en bruin gekleurde krulzomen. Zij zijn het die onze eiken, beuken en berken tot volle wasdom brengen. Hun schimmeldraden als in een intieme paringsdans vervlochten met de wortels van bomen met als doel om boomsuikers te ontvangen in ruil voor hulp bij opname van mineralen. Dat deze “mycorrgiza” zwammen essentieel zijn is inmiddels ook doorgedrongen bij de boonkwekers. Met kunst en vliegwerk proberen ze de bodem rond hun kostbare gewassen te verrijken met sporen en reeds groeiende schimmeldraden.
Al deze soorten zijn voor iedereen te herkennen als paddenstoel. Een steel en een hoed met daaronder plaatjes of buisjes. Maar het zwammenrijk heeft meer in de aanbieding. Bizar gevormde paarse knoopzwammen op stronken, gele trilzwammen die als snotterbellen aan takjes hangen, vaak wat verstopte aardsterren, oranje kleverige koraalzwammetjes die als gekromde vingers omhoog reiken. Niet elke zwam is zo gemakkelijk te herkennen. Soms moet de microscoop er aan te pas komen om sporen op te meten en de bouw van schimmeldraden te bestuderen. Maar voor u, waarde lezer, is het vooral genieten van kleuren en vormen. Ga er eens bij zitten, kijk om u heen en verwonder u over de enorme hoeveelheid aan klein grut waar iedereen aan voorbij loopt. Fragiel , vaak maar enkele centimeters groot en als enig doel sporen van hun schimmel de lucht in brengen. Dat doen ze zo goed dat ontelbaar veel van onze soorten van Oirschot westwaarts reiken tot de Canadese prairie en oostwaarts tot de Siberische taiga.
Als u beseft wat er aan uw voeten gebeurt zult u hopelijk nooit meer achteloos een paddenstoel omver schoppen.