‘Hoopvol uitkijken naar betere tijden moet niet alleen een gevoel blijven. Het gevoel moet je omzetten in daden.’ Zo sprak Vincent van Gogh en 134 jaar na zijn overlijden zou het gebeuren. Op dinsdag 15 oktober zette staatsecretaris Rummenie zijn handtekening onder de officiële oprichtingsakte van het Van Gogh Nationaal Park. Van Zundert tot Helmond, van ’s Hertogen-bosch tot Oirschot moet het overal zichtbaar worden. Landschapselementen die plaats moesten maken voor een kaal geslagen platteland komen weer terug. Natuur en landschap worden binnen zeker grenzen hersteld zonder dat het een openluchtmuseum wordt waarin we nostalgisch terugblikken op de bekende aardappeleters. Het moet een Nationaal Park Nieuwe Stijl worden met een combinatie agrarische landschappen, grote aaneengesloten natuurgebieden en een stedenring die het gehele gebied warm omarmt.

Inmiddels wordt er al jaren gewerkt aan een masterplan voor het gebied. Veertig Brabantse partners onder leiding van de provincie zijn aan de slag gegaan om met elkaar te werken aan een vitaal gebied. Ons eigen Oirschot staat daar met beide benen middenin. Gemeentelijk als uitvoerder van een heldergroene verbindingszone met Eindhoven, Brabants Landschap als trotse beheerder van o.a. natuurparel “De Mortelen”. Geen museum met een toegangspoort maar een open landschap waar letterlijk iedereen welkom is. Of je nu geboren bent in een keuterboerderijtje of als expat uit India in Veldhoven bent neergestreken. Of je nu als toerist watertandend rondkijkt op onze Markt, niet wetend welk terras je moet kiezen, of als emigrant uit het verre Drenthe voor de liefde naar Brabant verhuisd bent. Het Van Gogh Nationaal Park nodigt uit om te beleven, te ervaren dat Brabant geen welriekende mestput is, maar een fantastisch landschap waar ruimte en groen hand in hand gaan met werken en wonen.

Na al deze mooie woorden die grotendeels geïnspireerd zijn op de ronkende taal van de website van het Van Gogh Nationaal Park moet ik toch wat kritische noten plaatsen. Zelf ben ik geboren aan de oever van de Drentsche Aa. Aan het eind van de vorige eeuw werd dit een Nationaal Landschapspark “oude stijl”. Gericht op natuurherstel en behoud van het oude esdorpen landschap. Vanaf dag 1 was het direct duidelijk waar je was, grote borden verkondigden trots de eretitel van dit schitterende gebied. Tientallen dorpsverenigingen en belangengroepen werkten samen met overheden en natuurbeheerders om het gebied vorm te geven. Met dank aan een creatieve museumdirecteur werd de autoroute van Groningen naar Emmen zelfs omgedoopt in “Hunebed Highway”. Deze warmte en bevlogenheid zie ik hier totaal niet. Geen fraaie borden langs de wegen, geen informatieborden in onze dorpen en betrokken bewoners zijn nog steeds de bekende speld in de hooiberg. Op gemeentehuizen worden nota’s vol geschreven met plannen die in een enkel geval ook nog tot uitvoering worden gebracht maar het blijft een select gezelschap wat werkt aan de toekomst van ons gebied. Gelijktijdig zie ik dat natuur- en landschap herstel nog steeds dweilen met de kraan open blijft. Houtwallen worden herplant maar zijn binnen de kortste tijd alweer overwoekert met braam omdat er niets gedaan wordt aan de gigantische stikstofdeken waaronder wij ons comfortabel nog eens omdraaien.

“Het gevoel omzetten in daden” . Laten we dat met elkaar doen en de eretitel van ons prachtig stukje Brabant een groen-gouden glans geven.